Het alibi van de ‘safe spaces’: waarom de LGBT+-beweging geen meningsverschil tolereert

De vrijheid van meningsuiting kent grosso modo twee soorten verdedigers: de principiële en de opportunistische. De principiëlen treden in de voetsporen van Voltaire, wiens houding door Evelyn Beatrice Hall kernachtig werd samengevat in het bekende credo: “Ik keur af wat u zegt, maar ik zal uw recht om het te zeggen tot de dood verdedigen.” De opportunisten zien de vrijheid van meningsuiting echter als een strijdwapen dat in de mate van het mogelijke moet worden gemonopoliseerd. Hun woorden zijn vaak niet te onderscheiden van die van de principiëlen; maar hun daden volgen een heel ander spoor.

Waar valt çavaria onder, de organisatie die beweert op te komen voor holebi’s en – althans volgens haar statuten – een pluralistische organisatie zou zijn? Zijn deze LGBT-activisten principiëlen of opportunisten? Om dat te achterhalen kijken we bij voorkeur naar hun daden, niet naar hun woorden.

Een monochrome regenboog

Op de website van hun magazine ZiZo verschijnen met enige regelmaat opiniestukken. Zo suggereren ze dat verschillende opinies welkom zijn. Alleen valt er een merkwaardigheid op. Al die opiniestukken draven min of meer in hetzelfde gareel. Het is met een vergrootglas zoeken naar een kritische noot, een afwijkende mening, een dissident steentje in de schoen. Wie die opinies leest krijgt de indruk dat alle holebi’s spontaan hetzelfde denken over Gay Pride Parades, genderneutrale toiletten, transgenderisme, over wat wel en wat niet als homofobie geldt, over oorzaken van homohaat, over – godbetert – de tweets van Theo Francken, enzovoort. De kleuren van de regenboog ogen dan plots erg flets, bijna monochroom.

Het merkwaardige fenomeen doet zich dan ook voor dat dissidente meningen van holebi’s makkelijker hun weg vinden in de reguliere media: van de striemende uithalen van Koen Crucke in de Krant van West-Vlaanderen (18/08/2017) tot het scherpe commentaar van Knack-journalist Peter Casteels in De Standaard (15/05/2012). Zelf slaagde ik erin één opiniestuk gepubliceerd te krijgen op de site van Zizo, waarin ik het gebrek aan authentiek pluralisme in de holebibeweging aan de kaak stelde. Daarna werd mij echter te kennen gegeven dat mijn bijdragen niet welkom waren omdat de redactie het “fundamenteel oneens” met me was. Gelukkig kon ik nog wel terecht in andere media: Knack, VRT en De Morgen publiceerden alle – ongecensureerd – opiniestukken van mijn hand.

Ik heb uiteindelijk mijn kritiek neergeschreven in een (in eigen beheer uitgebracht) boek, dat door çavaria uiteraard straal werd genegeerd. In 2019 werd ik naar aanleiding van de publicatie ervan door Jurgen Slembrouck van de Universiteit Antwerpen uitgenodigd ‘live’ in debat te gaan met iemand van çavaria of Het Roze Huis Antwerpen. Alle gecontacteerden wimpelden die invitatie echter af. Op de Facebookpagina van ZiZo ben ik geblokkeerd. Met enige regelmaat worden mijn berichten op andere kanalen zonder toelichting verwijderd. Ik heb er alle begrip voor dat sommige – misschien wel vele – van mijn ideeën controversieel zijn. Maar dat zijn de opinies van çavaria voor weer andere mensen natuurlijk ook.

Ex-çavaria

Men kan nooit de mogelijkheid uitsluiten dat het aan mezelf ligt. Wie zegt ons dat er binnen çavaria, in de vergaderlokalen van de Kammerstraat 22 te Gent, niet duchtig, met het mes op tafel, wordt gedebatteerd? Getuigenissen van voormalige medewerkers sterken mij echter in mijn oordeel. Zo kreeg mijn kritiek op het transgenderisme onverwacht bijval van een transgender die lang actief is geweest in de beweging. Tot mijn verbazing deed zij in felheid niet voor mij onder, met name waar het het dogmatisme van de beweging betreft, en ik hoop dat ze ooit de moed vindt om met haar verhaal naar buiten te komen. Minder combattief, maar meer gelaten, klinkt voormalig ZiZo-journalist Timothy Junes op de site beout.be. Ik citeer hem bij deze uitvoerig:

‘Ik voel me niet thuis in een regenboogomgeving waarbij dissenting opinion onmogelijk is geworden zonder dat je daarbij voor het vuil van de straat wordt uitgemaakt.

Eén gemeenschap, één doel, één zeel? De pensée unique heerst. Er wordt geroepen om diversiteit, maar enkel het diversiteitsaspect dat herkenbaar is en dus eigenlijk niet divers is, is toegelaten. 

Er wordt ook veel aandacht geschonken aan of beter gezegd tégen mensen die ‘foute’ dingen zeggen. Kritisch zijn over ontwikkelingen binnen de regenboog mag niet. Een verkeerd woord schiet in het verkeerde keelgat. Maar een positief alternatief volgt zelden. Accepteren dat er méér dan één weg is naar emancipatie, acceptatie en erkenning, is onbestaand.

Queers op straat en ‘in de heterowereld’ zijn nog steeds het mikpunt van discriminatie en agressie. Maar binnen de regenboogomgeving wordt neergekeken op wie niet queer genoeg is en dan geen martelaarschap mag opeisen.

Die groeiende intolerantie weegt steeds zwaarder op mij. Het wordt me te dogmatisch en te orthodox. Diversiteit betekent meer dan er anders uitzien. Het is ook anders zijn, anders denken, andere verwachtingen en andere verzuchtingen hebben. Andere prioriteiten hebben. 

Er is ook niet één doel waarvoor we allemaal ijveren. Er is niet één zeel waaraan we allemaal trekken. Tenzij zo vaag geformuleerd dat het nietszeggend is. 

Kortom, ik herken me minder en minder in de regenboogomgeving.’ 

Mark Sergeant, jarenlang één van de gezichten van de Holebifederatie, trad hem op Facebook bij: ‘Ik herken me in je klacht omtrent dogmatisch denken waarmee de LGBT+beweging is doorweven. Met ouder worden groei je naar de buitenrand van een groep en zie je beter de mechanismen waarop je voorheen meegolfde. Dat is een eenzamer positie dan die van de insider, maar je ziet meer, en daar kan je ook je voordeel mee doen. Ik sta zelf ook kritisch tegenover de huidige tendens om discussies onder LGBT+ achter gesloten deuren te voeren, maar heb anderzijds begrip voor de behoefte om je af te schermen van haatdragende taal die je overvalt van zodra je een publiek discours start.’

‘Safe spaces’ als argument

Het is een vaak gehoord voorbehoud. We moeten confrontaties uit de weg gaan en kritiek binnenskamers houden om een ‘safe space’ te creëren voor kwetsbare mensen. Twee problemen duiken daarbij op.

Ten eerste draait emancipatie niet alleen om veiligheid, maar ook om weerbaarheid. Mensen kunnen kwetsbaar zijn, maar die kwetsbaarheid moet ook overwonnen worden. Een te vroeg geboren kind kun je in een couveuse te slapen leggen, maar het kan niet de bedoeling zijn het zo van de couveuse afhankelijk te maken dat het zijn permanente verblijfplaats wordt.

Ten tweede stelt zich de vraag of elke ‘space’ een ‘safe space’ moet zijn. Bovendien: wanneer is een situatie niet ‘safe’? Je kunt bij wijze van spreken elke kritiek, elke afwijkende mening als een gevaar opvatten voor het schriele zelfbeeld van de kwetsbare mens.

Ik laat in het midden of çavaria werkelijk de bedoeling heeft elk debat onmogelijk te maken, maar het minste wat je kunt zeggen is dat ze een microklimaat heeft gecreëerd waarin geen debat ooit kan ontkiemen.

‘Safe spaces’ als alibi

Ik vrees echter dat ‘safe spaces’ niet meer dan een flauw excuus zijn om de attitude van çavaria te legitimeren. Er is mijns inziens meer aan de hand.

Emancipatiebewegingen doorlopen doorgaans een stereotiepe levenscyclus. In hun vroege jaren weten ze hun achterban te mobiliseren rond een aantal elementaire eisen die meestal vrij breed gedragen worden. Eenmaal die eisen zijn ingewilligd, leiden zulke bewegingen niet per se een kwijnend bestaan. Integendeel, ze gaan vlijtig op zoek naar nieuwe eisen – eisen die bij de achterban al meer gemengde gevoelens losweken, maar desalniettemin met een grote vitaliteit worden gepromoot. Zulke bewegingen worden ook steeds professioneler. Çavaria is thans een geoliede machine, met een quasi-monopolistische positie. Als ook de eisen ‘van de tweede orde’ zijn gerealiseerd, druipen de gematigden af en resten er nog slechts de eisen van de Rupsjes Nooitgenoeg, de radikalinski’s. En zoals dat gaat met zulke bewegingen: hoe radicaler hun eisen, hoe intoleranter hun houding tegenover andersdenkenden.

Conclusie  

Als çavaria de vrijheid van meningsuiting werkelijk als een principe (en niet louter opportunistisch) wil uitdragen, zal ze het geweer van schouder moeten veranderen en weer ruimte moeten bieden aan ideologische diversiteit. Zonder een zachtjes knetterende debatcultuur dreigt immers een ‘pensée unique’, die uiteindelijk voor iedereen een verarming inluidt.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s